Categorie archief: Metenswaardigheden

Nieaf-Smitt EazyPV Kit is de oplossing voor meten aan zonnepanelen

Nieaf-Smitt is met een oplossing gekomen voor installateurs welke de veiligheid en efficiency en effectiviteit van zonnepanelen (ookNieaf-Smitt EazyPV wel PV systemen genoemd) willen beoordelen.

Het gebruik en de opwekking van hernieuwbare energie wordt via de EU en verschillende overheidsinstanties gestimuleerd (o.a. via RES-Directive). De aanschafdrempel voor zonnepanelen wordt hierdoor steeds lager en is er een duidelijke trend zichtbaar in het stijgende aantal zonnepanelen installaties.

Bij het plaatsen en onderhouden van deze groen stroom energiebronnen zijn een aantal aandachtspunten van belang:

  • Veiligheid
  • Duurzaamheid
  • Betrouwbaarheid
  • Efficiëntie / opbrengst van het systeem

Het kwalificeren van bovenstaande aspecten is beschreven in diverse richtlijnen en normen, zoals :

  • NTA 8013 (Procedure voor het controleren van PV-systemen)
  • NEN-EN-IEC 62446:2009 (Eisen voor testen & inspecteren)
  • NEN-1010 (Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties)

De belangrijkste aspecten die hierin naar voren komen zijn:

  • Visuele controle. Is de bedrading correct aangesloten? Geen schade aan kabels gedurende installatie?
  • Uitvoeren van isolatieweerstand meting (Riso)
  • Uitvoeren van aardleidingweerstand meting (indien aanwezig) (Rpe)
  • Meten van open klemspanning(Uoc)
  • Meten van kortsluitstroom (Isc)
  • Meten van zonnestraling (Irradiance)
  • Controle van positionering van de panelen (hoek en positie t.o.v. het zuiden)

Voor het meten van de bovenstaande parameters is tot op heden diverse losse meetapparatuur noodzakelijk. Nadeel hiervan is dat men veel apparatuur moet aanschaffen, deze tijdens de installatie ook allemaal nodig heeft en deze apparatuur tevens moet onderhouden.

Om zowel het installatie proces als het periodiek controleren van de panelen te vereenvoudigen heeft Nieaf-Smitt een ‘PV-installatietester ‘ ontwikkeld, de EazyPV.

Met de EazyPV kunnen op een simpele en doeltreffende wijze alle installatie parameters worden gemeten met 1 testapparaat. De zonnepanelen hoeven hiervoor niet gedemonteerd of geopend te worden. De uniforme connectoren van het paneel kunnen direct en veilig worden aangesloten op de EazyPV.

Met de optionele IRM100 ‘Irradiance meter’ kunnen de meetwaarden tevens worden gekoppeld aan de zonnestraling parameters (W/m2 of BTU/f2h) op het moment van meten.

De EazyPV is uitstekend geschikt voor gebruik bij het installeren, opleveren en het periodiek controleren van PV installaties. Daarnaast ook dé oplossing voor het traceren van storingen in PV installaties.

Solar testers

Installeren en onderhouden

Metingen met de EazyPV

In de EazyPV kit welke wordt aangeboden voor € 1499,- zijn de volgende items opgenomen:

  • Nieaf-Smitt EazyPV Solar tester
  • Nieaf-Smitt IRM100 ‘Irradiance meter’
  • Nieaf-Smitt NI 18 plus stroomtang

Voor informatie over de Nieaf-Smitt EazyPV kit klik HIER of neem contact met ons op via 088-2450000 of via info@meetwinkel.nl.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Metenswaardigheden, Nieuwe producten, Solar test, Uncategorized

Ohm- en Isolatieweerstandsmeters

Een ohmmeter is een meetinstrument om de elektrische weerstand van een bepaalde stof of van een elektrische component te meten.

Dit gebeurt door een elektrische spanning aan te brengen over de te meten component en de resulterende elektrische stroom te meten. Via de wet van Ohm kan dan de elektrische weerstand worden berekend. Deze berekening is al op de meetschaal verwerkt, waardoor de weerstandswaarde rechtstreeks in in ohm (Ω) kan worden afgelezen. Voor metingen in het bereik van enkele ohms tot enkele honderden kΩ geldt dat een ohmmeter als los meetinstrument zelden of nooit als zodanig gemaakt wordt, maar vrijwel altijd beschikbaar is als meeteenheid van een multimeter. Met een Brug van Wheatstone en diverse verfijningen daarvan kunnen weerstanden ook gemeten worden.

Megger

Isolatietester Nieaf-Smitt IRT-S

Bij het meten van weerstanden groter dan circa 1 MΩ (1 megaohm = 1 miljoen ohm) is een multimeter niet goed bruikbaar: de stroom die door de te meten weerstand loopt wordt zo klein, dat hij niet meer nauwkeurig genoeg te meten is. Daarom wordt voor het meten van zeer grote weerstanden een zogenaamde Megger gebruikt. Dit is een ohmmeter die speciaal is ontworpen voor het meten van weerstanden in het megaohmbereik. Hoewel megger in de volksmond een algemene term voor een megaohmmeter is geworden, is het in feite een gedeponeerd merk van de Megger Group Ltd., die al isolatiemeters fabriceert sinds 1889.

Een Megger of isolatieweerstandsmeter bevat een generator die een hoge meetspanning opwekt, meestal 500 volt of meer. Ter vergelijking: een universeelmeter die als ohmmeter wordt ingezet gebruikt in het algemeen zijn batterijspanning als meetspanning: meestal 3 of 9 volt, afhankelijk van de gebruikte batterij. Ook bevat een megger of isolatieweerstandsmeter een zeer gevoelige stroommeter (in het microampèrebereik). Door de hoge meetspanning en de gevoelige stroommeter is een Megger of isolatieweerstandsmeter veel beter in staat om zeer hoge weerstanden te meten dan een universeelmeter.

Aangezien de te leveren stroom zeer gering is, kan als energiebron in een Megger of isolatieweerstandsmeter toch volstaan worden met een batterij. Wel moet dan door een spanningsomvormer de lage batterijspanning worden omgezet in een hoge meetspanning, maar hiervoor zijn speciale schakelingen bekend en beschikbaar.

Meggers of isolatieweerstandsmeters worden in de praktijk meestal gebruikt voor het meten van isolatieweerstanden of lekweerstanden (in de installatietechniek). De metingen zijn vastgelegd in NEN 3140 en de NEN 1010, de weerstand moet dan >500 kOhm (oftewel 0,5 MOhm) zijn voor zo ver het gaat over installatie met een nominale spanning van 400/230 V.

Milliohmmeter

Bij het meten van zeer kleine weerstanden (kleiner dan enkele ohms) treden andere problemen op, waardoor de meetmethode gewijzigd moet worden. Ten eerste is daar het probleem van het beperkte vermogen van een batterij: als er over een te meten weerstand van – zeg – 1 ohm een meetspanning van 3 volt wordt aangelegd, zou er een stroom van 3 ampère gaan lopen. Dit is veel meer dan een normale batterij kan opbrengen. Daarom wordt bij het meten van zeer kleine weerstanden het meetprincipe omgedraaid: er wordt een bekende meetstroom door de te meten weerstand geforceerd, en de daardoor ontstane spanning wordt gemeten. Een meetstroom van enkele tientallen milliampères (door een batterij goed op te brengen) zal over de al eerder genoemde weerstand van 1 ohm resulteren in een spanning van enkele tientallen millivolt, wat voor een spanningsmeter goed meetbaar is.

Een tweede probleem is dat bij het meten van zeer kleine weerstanden de overgangsweerstand van de meetklemmen mee gaat spelen. Een meetklem die op een te meten weerstand wordt geplaatst, vormt voor de meetstroom geen weerstandsloze overgang. Afhankelijk van de gebruikte materialen en de mechanische kracht waarmee de klem op het meetstuk wordt geplaatst, kan ter plekke een weerstand van enkele tientallen tot enkele honderden milliohms optreden. Als de te meten weerstand in dezelfde orde van grootte ligt, is de meetfout in dit geval dus zeer aanzienlijk. Daarom wordt bij metingen in het milliohmgebied gebruikgemaakt van de zogenoemde vierpuntsmeting. Hierbij heeft de ohmmeter vier meetklemmen in plaats van twee. Van deze vier worden er twee gebruikt om de meetstroom te forceren, en de twee overige om de resultante spanning te meten (zie ook de afbeelding hieronder).

Links staat de “gewone” meting afgebeeld. De gestippelde lijn is de buitenkant van het meetapparaat (de ohmmeter). Op de plekken van de pijlpunten is een overgangsweerstand aanwezig (met uitzondering van de pijl bij de letter I die de meetstroom symboliseert, en het pijltje in het cirkeltje wat de spanningsmeter symboliseert). Aangezien de twee overgangsweerstanden van de meetklemmen op de te meten weerstand stroom voeren (de meetstroom I), zal daar ook een spanning ontstaan. De spanningsmeter meet dus de resultante spanning over de te meten weerstand plus de twee overgangsweerstanden. Merk op dat de overgangsweerstanden binnenin het apparaat (tussen de tak van de stroombron en de tak van de spanningsmeter) niet resulteren in een spanning, doordat door deze overgangsweerstanden geen of nauwelijks stroom loopt (althans in het geval van een goede, zeer hoogohmige spanningsmeter).

Rechts staat de vierpuntsmeting. In dit geval meet de spanningsmeter alleen de spanning over de te meten weerstand. De overgangsweerstanden tussen de stroomklemmen en de te meten weerstand bouwen wel een spanning op, maar deze wordt niet meegemeten. Ook hier geldt dat de overgangsweerstanden tussen de spanningsmetingsklemmen en de te meten weerstand geen spanning opbouwen, aangezien er geen of nauwelijks stroom doorheen loopt. Het maakt in dit geval overigens niet uit of de spanningsklemmen binnen of buiten de stroomklemmen worden aangesloten. Worden echter de spanningsklemmen op de stroomklemmen of nog dichter bij het meetapparaat geplaatst, dan worden de overgangsweerstanden weer wél meegemeten. (We hebben dan immers weer dezelfde situatie gecreëerd als bij een gewone meting.).

Een aantal veel verkochte isolatieweerstandsmeters zijn de:

Voor informatie kunt u uiteraard ook contact opnemen met 088-2450000 of via info@meetwinkel.nl.

Bron: Wikipedia

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen, Metenswaardigheden

Meten van trillingen met de Fluke 805 Trillingsmeter

Eerstelijns werktuigkundige onderhoudsteams hebben het volgende nodig:

  • Een snel screeningsinstrument dat prima kan worden gebruikt in de bestaande inspectierondes.
  • Betrouwbare en reproduceerbare metingen aan roterende apparatuur om belangrijke ‘go/no-go’-beslissingen te nemen.
  • Mogelijkheid tot het registreren van meetwaardetrends
gedurende langere tijd en het informeren van een consultant of betrouwbaarheidsingenieur wanneer zich iets abnormaals voordoet.
  • Snel inzicht in de algemene conditie van machines en lagers, voor beslissingen over reparaties en reparatie-uitrusting.

Trillingen behoren nog steeds tot de eerste indicatoren aan de hand waarvan de toestand van een machine kan worden vastgesteld
Trillingen kunnen eerder op problemen wijzen dan andere symptomen, waaronder warmte, geluid, stroomverbruik en onzuiverheden van smeermiddelen. Ruim de helft van ongeplande uitvaltijden wordt toegeschreven aan mechanische storingen. Veel zaken kunnen de levensduur van een machine beïnvloeden, maar bij de eerste tekenen van machinestoringen duurt het in het algemeen slechts enkele maanden voordat de machine helemaal defect raakt. Met trillingsmetingen kunnen machinestoringen worden gelokaliseerd, waarna op de juiste wijze kan worden ingegrepen.

Trilling in roterende machines
is louter de heen en weer gaande beweging of oscillatie van machines en componenten, zoals aandrijfmotoren, aangedreven apparaten (pompen, compressoren, etc.). En de lagers, assen, tandwielen, riemen en andere elementen die samen een mechanisch systeem vormen.

Trilling zelf is niet het probleem. Een overvloed aan trillingen is echter een symptoom van inwendige problemen, zoals defecte lagers, onbalans, verkeerde uitlijning en losse bevestigingen, die de levensduur van de apparatuur verkorten.

Voordelen van trillingsmetingen
Hier volgt een aantal typische voordelen waarvan klanten in alle industrieën profiteren:

Voorspelbaarheid: Studies hebben aangetoond dat trillingsmetingen vroegtijdig kunnen waarschuwen voor dreigende machinestoringen, zodat onderhoudspersoneel voldoende tijd heeft om de vereiste reparaties in te plannen en voor de benodigde onderdelen te zorgen.

Veiligheid: Op basis van de informatie over de staat van machines kunnen operators defecte apparatuur uitschakelen voordat er een gevaarlijke situatie ontstaat.

Rendement: Goed onderhouden machines hebben minder last
van onvoorziene en ernstige storingen, zodat dure productie- uitval kan worden voorkomen. Het gebruiken van machines tot deze storingen vertonen, leidt vaak tot meer dure reparaties, overuren en gedwongen aankopen. Gedurende vijfentwintig jaar gedocumenteerde besparingen laten wat betreft trillingsmeetprogramma’s een baten- kostenverhouding zien van maar liefst 20:1.

Langere onderhoudsintervallen: Als de staat van machines in de gaten wordt gehouden, kan onderhoud worden ingepland op basis van noodzaak en niet slechts op basis van het aantal bedrijfsuren.

Betrouwbaarheid: Bewaakte machines hebben minder last
van onverwachte of catastrofale storingen. Er kan worden ingespeeld op problemen voordat deze optreden en er kunnen prioriteiten voor noodzakelijke reparaties worden gesteld. Onderdelenvoorraden kunnen worden gereduceerd en

de levensduur van bestaande apparatuur kan worden verlengd.

Gemoedsrust: Een beter inzicht in de staat van
machines schept vertrouwen in onderhoudsschema’s, budgettering en productiviteitsschattingen.

Soorten trillingsmetingen
Vele jaren lang waren er twee manieren om de toestand van machines inzichtelijk te maken door trillingen te meten: spectrumanalyse en algemene trillings-/ lagermetingen.

Spectrumanalyse
Ervaren trillingsspecialisten
gebruiken trillingsanalyzers
voor een geavanceerde analyse
van de toestand van machines.
Zij analyseren spectrums (trillingsamplitude versus frequentie), zetten een basislijn uit voor de te testen apparatuur en maken trends van de resultaten in de loop van
de tijd. Deze geavanceerde analyse verschaft niet alleen informatie daarover of er een probleem is, maar helpt gebruikers tevens te begrijpen wat de eigenlijke storingsoorzaak is en wat de tijdsduur is tot de storing optreedt.

Deze traditionele manier van trillingsmeting vereist echter
een aanzienlijke training, een uitstekend begrip van de spectrums en een diepgaande kennis van de geschiedenis van de apparatuur.

Eenvoudig screenen van trillingen:

Algemene trillings-/lagermetingen
Instrumenten voor het screenen van trillingen (zoals trillingsmeetpennen of lagertesters) leveren snelle feedback over de toestand van de apparatuur. Dit doordat er wordt gekeken naar de algemene trillingsniveaus of de staat van lagers om te begrijpen waar er een probleem is, in plaats van de trillingen diepgaand te analyseren met behulp van een spectrum.

Deze instrumenten kijken naar het hele trillingssignaal met een lage frequentie of naar het lagersignaal met een hoge frequentie, en zij produceren één enkel numeriek resultaat voor de algemene trillingen of de staat van lagers. Naarmate de machinetrillingen of -geluiden toenemen, wordt deze waarde hoger.

Onderhoudsteams gebruiken instrumenten voor trillingsonderzoek om snel ‘go/no-go’-beslissingen
te nemen. Dit doen zij door de waarde tegen een vooraf ingesteld alarmniveau af te zetten, met ISO- normen (ISO 10816) te vergelijken en trends van de resultaten in de loop van de tijd te maken.

De Fluke 805 trillingsmeter stelt de nieuwe norm voor trillingsonderzoek
De trillingsmeter 805 is Fluke’s multifunctionele instrument
voor trillingsonderzoek dat kwantificeerbare resultaten biedt over de staat van lagers algemene trillingen en infraroodtemperatuur.

Het instrument beoordeelt
de ernst van trillingen op een schaal van vier niveaus en biedt de mogelijkheid om de gegevens naar een pc te zenden voor latere trendregistratie.

De Fluke 805 werkt in het lage frequentiebereik om de algemene trillingen te meten en in het hoge frequentiebereik om defecte lagers op te sporen. De 805 produceert niet alleen een numeriek resultaat maar biedt ook een schaal van vier niveaus voor zowel algemene trillingen als lagers.

Voor de beoordeling van lagers maakt het instrument gebruik van het nieuwe en innovatieve algoritme Crest Factor Plus.

Voordelen van trendregistratie met de 805 trillingsmeter
Gebruikers kunnen meetwaarden vanaf de 805 trillingsmeter naar een Excel-sjabloon op hun pc exporteren om trends in de algemene trillingen, de CF+ en de infraroodtemperatuur te registreren. Als de gebruiker of technicus niet weet wat de waarde van de algemene trilling of lagertoestand inhoudt, biedt deze informatie hem of haar weinig voordeel. De gebruiker weet immers
niet wat normaal is of wat een probleem aanduidt. Met de 805 trillingsmeter kunnen gebruikers de functie voor beoordeling van
de ernst van problemen en voor de trendregistratie gebruiken om dit probleem te overwinnen.

Nadat de metingen tijdens de operatorrondes zijn genomen, kunnen de resultaten gemakkelijk
in Excel worden geüpload. De gebruiker kan trends registreren met voorgeconfigureerde Excel-sjablonen en puntengrafieken, en de algemene trillingswaarden vergelijken met ISO-normen (10616-1, -3 en -7). Als er een afwijking is, kan deze worden geïdentificeerd aan de hand van de trenddiagrammen. De gebruiker kan zich nu een duidelijk beeld vormen van de veranderende lagertoestand en de achteruitgaande staat van de machine.

Voor informatie over de Fluke 805 trillingsmeter klik HIER of neem contact met ons op via 088-2450000 of info@meetwinkel.nl.

Bron: Fluke Nederland

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Metenswaardigheden, Nieuwe producten

NEN-EN 60204-1 “Veiligheid van machines – Elektrische uitrusting van machines”

Inleiding
Bij de invoering van de CE-markering is het gebruik van Europese normen enorm in de belangstelling komen te staan. Dit geldt zeker voor de toepassing van de Nederlandse vertaling van de EN 60204.

Een fabrikant van elektrische machines, apparaten en andere elektrische systemen is volledig aansprakelijk voor ongevallen en schades die zich met de door hen ontwikkelde en geproduceerde systemen voordoen! Het technisch constructiedossier en bewijzen in de vorm van testrapporten en meetrultaten kunnen hier eventuele onschuld aantonen. Dit is de enige manier om aan te kunnen tonen dat de defecten niet in uw productie- of montageproces ontstaan zijn maar bijvoorbeeld door aanpassingen van de klant of derden.

In het kader van uw productaansprakelijkheid is het volgen van de voor u relevante Europese richtlijnen niet alleen wettelijk verplicht.

Voor welke machines zijn deze testen van toepassing?
De NEN-EN 60204-1 is van toepassing op alle elektrische laagspanningsinstallaties van en aan machines. Ook besturingskasten horen hier dus bij. Zowel de machine- als de paneelbouwer dient de norm te volgen om een “aantoonbaar vermoeden van overeenstemming met de Europese richtlijn” te garanderen.

Elektrische metingen
In hoofdstuk 18 van de norm staan de verplichte metingen opgesomd, dit zijn:

  • Doorgang van de beschermingsketen / Aardleidingstest (18.2). Hiermee wordt beproefd of alle veiligheidsaardverbindingen goed functioneren. De metwing dient tenminste met een teststroom van 10A te worden uitgevoerd. Veelal wordt een hogere teststroom toegepast.
  • Voedingsimpedantiemetingen (18.2). Deze worden uitgevoerd bij plaatsing en in bedrijfstelling van vast opgestelde machines bij de eindgebruiker. Hiermee kan worden vastgesteld of de stroombeveiliging in de voedingskabel van de machine bij een eventueel elektrisch defect op de juiste wijze aanspreekt.
  • Isolatieweerstandtest (18.3). Test de ohmse weerstand van de isolatiebescherming van bedradingen en componenten
  • Spanningsoverslagtest (18.4). Dit is een diëlectrische sterktetest van de isolatie. Deze is dus niet hetzelfde als de isolatieweerstandtest! Wordt uitgevoerd met minimaal 1000 V en een kortsluitvermogen van 500 VA
  • Restspanningstest (18.5). Deze test kan duidelijk maken of er in bepaalde delen van een apparaat of een besturing sprake is van een gevaarlijke spanning (>50 V) die nog aanwezig is op het moment dat de voeding is afgeschakeld
  • Functionele beproevingen (18.6)

Meetapparatuur voor EN 60204 metingen
Meerdere fabrikanten leveren meetapparatuur voor de NEN-EN 60204:

Wilt u meer weten over NEN-EN 60204 machinetesters? Neemt u dan contact met ons op via info@meetwinkel.nl of via 088-2450000. Ingenium Meetwinkel, specialist in Machinetesters!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Metenswaardigheden

Nieuwe NEN 3140 apparatentester van Gossen Müller & Weigert

Meterfabrikant Gossen Müller & Weigert is ook in het segment van de instaptesters gestapt. Met de TG Basic 1 levert GMW een eenvoudige en makkelijk te bedienen NEN 3140 tester tegen een lage prijs en veel gebruiksgemak.

Op het beeldscherm worden de metingen en hoe de tester aan te sluiten in schematische vorm weergegeven wat de kans op meetfouten minimaliseert. Met een draaiknop wordt de betreffende klassen van het te keuren elektrische arbeidsmiddel geselecteerd en de TG Basic 1 voert de metingen uit.

De GMW TG Basis 1 voert de volgende metingen uit:

  • Isolatieweerstand
  • Weerstand beschermingsleiding
  • Vervangende lekstroom
  • Doorgang fase en nul bij verlengsnoeren en haspels (functionele test)

Overige kenmerken en leveromvang:

  • De GMW TG Basic 1 wordt geleverd met een meetsonde met krokodillebek klem
  • De GMW TG Basic 1 wordt geleverd met een IEC kabel voor het eenvoudig meten van verlengsnoeren
  • De GMW TG Basic 1 wordt geleverd met een Nederlandse handleiding
  • De GMW TG Basic 1 functioneert op 6 stuks 1,5 V AA Alkaline batterijen
  • De GMW TG Basic 1 wordt geleverd met een draagtas en kalibratiecertificaat
  • De GMW TG Basic 1 is voorzien van een functie waarin de weerstand van het meetsnoer wordt gecompenseerd
  • De GMW TG Basic 1 is voorzien van een auto-power-off functie

Klik HIER voor nadere informatie via http://www.meetwinkel.nl.

Ook hebben wij voor de GMW TG Basic 1 een Keurmeester startkit samengesteld waarbij u naast de meter eveneens 300 NEN 3140 keuringsstickers en een conducteurstang ontvangt. klik HIER voor nadere informatie over de keurmeester startkit TG Basic 1.

Voor nadere informatie kunt u ons natuurlijk bellen op 088-2450000 of mailen via: info@meetwinkel.nl.

1 reactie

Opgeslagen onder Metenswaardigheden, NEN 3140 Apparatentesters

Meten van aardlekschakelaars

Een aardlekschakelaar, ook wel verliesstroomschakelaar of differentiaalschakelaar genoemd, is een automatisch werkende schakelaar die een elektrische installatie spanningsloos maakt zodra een lekstroom vanaf een bepaalde grootte optreedt. In huis- en kantoorinstallaties bevinden zich in de groepenkast vaak één of meer aardlekschakelaars.

Doel
Aardlekschakelaars komen met name in huisinstallaties voor. Het doel is bescherming te bieden tegen elektrocutie, en het voorkomen van brand bij optredende lekstromen naar aarde.

Een aardlekschakelaar meet de stroom die een installatie via de fase (de zogenaamde “hete” ofwel de spanningvoerende draad) opneemt, en de hoeveelheid stroom die via de nul (ook wel de “koude” of spanningsloze draad) terug komt. Een eventuele verschilstroom zou theoretisch door de veiligheidsaarde terug moeten lopen, maar bij niet-geaarde toestellen, of aan een niet-geaarde wandcontactdoos aangesloten geaarde toestellen zou een isolatiedefect een levensgevaarlijke stroomdoorgang door een lichaam van een mens of dier ten gevolge kunnen hebben. De aardlekbeveiliging reageert hierop door de stroomtoevoer bij een dergelijk “lek” af te sluiten. Dit gebeurt zo snel (binnen enkele milliseconden) dat degene die het lek veroorzaakte helemaal niets voelt (behalve dat het apparaat niet meer werkt).

Als de hoeveelheid stroom die de elektrische installatie in gaat groter is dan de stroom die terug komt is er sprake van een lekstroom. Lekstroom treedt op als stroom via de aarding wegvloeit. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de ommanteling (behuizing) van een toestel onverhoopt onder elektrische spanning komt te staan en iemand deze ommanteling aanraakt. Er zal een stroom vloeien door de persoon naar de aarde. Zodra de lekstroom een vastgestelde waarde overschrijdt schakelt de aardlekschakelaar af waardoor de elektrische installatie spanningsloos wordt.

In huisinstallaties zijn aardlekschakelaars voorgeschreven met een maximale aanspreekstroom van 30 mA. Deze aardlekschakelaars spreken aan beneden de waarde waarbij stroomdoorgang door het menselijk lichaam een levensgevaarlijke grens bereikt. Aardlekschakelaars van 500 mA (of 300 mA) werden vroeger toegepast bij ‘natte’ groepen (zoals de wasmachineaansluiting), maar in woningen mag tegenwoordig alleen nog 30 mA worden toegepast.

Het lijkt onlogisch en gevaarlijk om natte groepen te beveiligen met een aardlekschakelaar met een hogere grenswaarde dan 30 mA. De reden is dat er kleine lekstroompjes in bijvoorbeeld een wasmachine kunnen optreden door het neerslaan van vocht. Deze lekstroompjes zouden een 30 mA-aardlekschakelaar onbedoeld en onnodig in werking kunnen zetten. Het gebruik van een 30 mA-aardlekschakelaar is verplicht bij alle eindgroepen beveiligd met een overstroombeveiliging van ten hoogste 25 A. Dus ook bij wasmachines, drogers e.d. (Moderne toestellen hebben een dusdanige kleine lekstroom dat aardlekschakelaars van 30 mA probleemloos zijn te gebruiken).

Let wel: de aardlekschakelaar biedt geen enkele bescherming voor situaties waarin een persoon contact maakt met zowel de nul- als de fasedraad; alleen wanneer de stroom uit de fasedraad naar aarde weglekt, zal de schakelaar de stroom onderbreken.

Werking

Als I3 weglekt naar aarde, dan zijn I1 en I2 verschillend en gaat de schakelaar open

In een aardlekschakelaar zit een relais waarop zowel de fase als de nuldraad een wikkeling hebben. Deze twee wikkelingen zijn in dezelfde richting gewikkeld. Wanneer de stroom door de fasedraad en de nuldraad gelijk is, en uiteraard in tegenfase, zal de kern niet worden gemagnetiseerd en het aanspreek spoeltje niet trippen. Als ergens in de groep een lekstroom naar aarde loopt, worden de twee stromen ongelijk doordat de nulleider een lekstroom heeft naar aarde; de resulterende magnetisatie van de spoelkern trekt een palletje weg zodat de schakelaar door veerkracht afvalt. Na gebruik moet de schakelaar met de hand weer gesloten worden; dit kan alleen als de lekstroom op dat moment niet meer aanwezig is. (Vóór of achter een schakelaar wordt bepaald door de energierichtng).

Tevens is er een testknop aanwezig die kunstmatig een kleine lekstroom introduceert, waarmee periodiek de goede werking gecontroleerd kan worden. Wanneer een aardlekschakelaar wordt gecombineerd met een installatieautomaat spreekt men van een aardlekautomaat, kortweg alamat.

Door de opbouw met een spoel is de aardlekschakelaar zoals hier beschreven met name geschikt voor woningen; industriële componenten zoals een frequentieregelaar of netfilter kunnen de werking van dit type aardlekschakelaar beïnvloeden, waardoor de aardlekschakelaar te snel de stroom uitschakelt of zelfs nooit de stroom uitschakelt, ook niet bij een aardlek.

Nederland
De aanwezigheid van aardlekschakelaars in nieuwe en gewijzigde huisinstallaties is in Nederland volgens de NEN 1010 sinds 1975 verplicht. Ze worden veelal in de groepenkast opgenomen.

Tegenwoordig mogen de aardlekschakelaars van IΔn 500 mA (=0,50 A) niet meer worden gebruikt en alle aardlekschakelaars van het type AC zijn niet meer toegestaan.

In installaties na 1996 en sinds 1 september 2005 is het zelfs verplicht, om in woningen waarvan de bouwvergunning is afgegeven na deze datum, alle eindgroepen in de groepenkast verdeeld achter twee aardlekschakelaars van IΔn 30 mA te plaatsen (bij meer dan twee eindgroepen).

Ook bij het aanpassen van de groepenkast is men verplicht de nieuw te plaatsen eindgroep achter een aardlekschakelaar van maximaal IΔn 30 mA (=0,03 A) te plaatsen. Met andere woorden moet de volledige installatie dan worden aangepast en achter twee aardlekschakelaars van maximaal IΔn 30 mA worden geplaatst en dus ook de wasmachine. Echter, als de wasmachine/droger “vast” is aangesloten d.m.v. een dubbelpolige schakelaar behoeft deze niet achter een aardlekschakelaar te worden aangesloten. In huisinstallaties mogen maximaal 4 groepen worden aangesloten achter één aardlekschakelaar. Per 1 september 2005 is in Nederland overigens ook een hoofdschakelaar verplicht geworden. Dit geldt voor woningen waarvan de bouwvergunning na deze datum is afgegeven of ingrijpende aanpassingen worden gedaan aan de elektrische installatie of groepenkast.

België
De richtlijnen van het AREI moeten gevolgd worden. Dit houdt onder andere in dat er een algemene aardlekschakelaar van 300 mA aanwezig moet zijn en een van 30 mA voor vochtige ruimten of toestellen aanwezig in vochtige ruimten, zoals de badkamer. Ook (vaste) toestellen die waterdamp produceren, horen achter een 30 mA. Voorbeelden zijn centrale verwarming, ventilatie, wasmachine en droogkast.

Meten van aardlekschakelaars

Voor het meten van aardlekschakelaars op aanspreekstroom en aanspreektijd zijn er meetinstrumenten verkrijgbaar. Voorbeelden hiervan zijn:

Ook de volgende installatietesters beschikken over mogelijkheden om aardlekschakelaars te testen:

Klik op de LINK voor verdere informatie. Meer weten? Bel Meetwinkel.nl op 088-2450000 of mail via info@meetwinkel.nl

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Metenswaardigheden, NEN 1010 Installatietesters

Multimeter ABC

Het komt te vaak voor dat er te makkelijk een keuze gemaakt wordt voor een multimeter. Achteraf blijkt dan dat deze keuze te snel gemaakt is op basis van alleen de prijs, terwijl zaken zoals bandbreedte, veiligheidsklasse en nauwkeurigheid niet in de overweging meegenomen zijn.

In dit blogbericht besteden we kort aandacht aan enkele zaken die voor de keuze van belang zijn.

Aantal digits:
Hiermee wordt aangegeven met hoeveel cijfers een meetwaarde op de multimeter aangeduid kunnen worden.

Voorbeeld: Een multimeter met 4 1/2 digits heeft een aanwijzing van 12000 counts. Er kunnen 4 digits van 0 – 9 aangewezen worden en het 5e digit kan alleen een 1 zijn. Vanaf een waarde van 11999 (bijv. 11,999V) wordt automatisch naar een hoger meetbereik (100V) omgeschakeld.

Gemiddelde waarde aanwijzing:
Met een gemiddelde waarde meting worden de spanning en stroom alleen bij zuivere sinusvorm correct aangewezen. Tegenwoordig, met alle verbruikers die nogal wat verstoring veroorzaken is een zuivere sinusvorm op het net haast niet meer terug te vinden. De meetwaarde wordt compleet foutief weergegeven. Daarom is het van belang dat u een TRMS multimeter toepast.

Waar mag ik mijn multimeter inzetten?
Iedere multimeter dient een aanduiding te hebben (zowel in de handleiding als op het instrument zelf), waar de meter toegepast mag worden.
Hierop wordt vaak niet gelet. U dient hierbij rekening te houden met de maximaal toelaatbare spanningen (meetcategoriën), altijd aangeduid met “CAT”.
Er zijn 4 categoriën:

CAT I: Metingen die niet direct met net net verbonden zijn, zoals o.a. batterijen
CAT II: Metingen aan het laagspanningsnet, bijv. in een huishouden
CAT III: Metingen aan een onder verdeelinrichting zoals stationaire verbruikers, vaak vast met het net verbonden
CAT IV: Metingen die gedaan worden aan een inkomende voeding zoals o.a. de hooftverdeler

Nauwkeurigheid:
Als een mulimeter een gespecificeerde nauwkeurigheid heeft van bijv. +/- 0,2% v.MW +5D, dan is de hoogst mogelijke meetafwijking opgegeven.
Voorbeeld: Bij +/-1% onnauwkeurigheid kan de aangewezen waarde van 100V tussen 99,0 en 101,0V liggen. In een opgave van +/1%+2 Digits kan deze waarde tussen 98,8V en 101,2V liggen

TRMS en bandbreedte:
Net zo belangrijk als een TRMS multimeter is het begrip bandbreedte, waarschijnlijk ook de meest “vergeten” specificatie bij uw keuze.
Indien u een TRMS multimeter toepast met een te kleine bandbreedte (frequentiebereik) dan is de meting alsnog zinloos.

Als voorbeeld heeft u voor metingen aan een halogeen trafo een multimeter nodig die een grotere bandbreedte heeft dan 24 kHz.

Blijft een Multimeter nauwkeurig?
Vaak wordt de meetwaarde die op het display getoond wordt voor waarheid aangenomen. Toch is het zo dat onder invloed van temperatuurschommelingen en componentveroudering ieder meetinstrument na verloop van tijd gaat afwijken. Daarom is het van belang dat u uw instrument, bij regelmatig gebruik, jaarlijks laat kalibreren.

Voor multimeters gaat u natuurlijk naar: www.meetwinkel.nl 

Bron informatie: GMC Instruments Woerden

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Metenswaardigheden, MultiMeters