Tagarchief: NEN 1010

Ohm- en Isolatieweerstandsmeters

Een ohmmeter is een meetinstrument om de elektrische weerstand van een bepaalde stof of van een elektrische component te meten.

Dit gebeurt door een elektrische spanning aan te brengen over de te meten component en de resulterende elektrische stroom te meten. Via de wet van Ohm kan dan de elektrische weerstand worden berekend. Deze berekening is al op de meetschaal verwerkt, waardoor de weerstandswaarde rechtstreeks in in ohm (Ω) kan worden afgelezen. Voor metingen in het bereik van enkele ohms tot enkele honderden kΩ geldt dat een ohmmeter als los meetinstrument zelden of nooit als zodanig gemaakt wordt, maar vrijwel altijd beschikbaar is als meeteenheid van een multimeter. Met een Brug van Wheatstone en diverse verfijningen daarvan kunnen weerstanden ook gemeten worden.

Megger

Isolatietester Nieaf-Smitt IRT-S

Bij het meten van weerstanden groter dan circa 1 MΩ (1 megaohm = 1 miljoen ohm) is een multimeter niet goed bruikbaar: de stroom die door de te meten weerstand loopt wordt zo klein, dat hij niet meer nauwkeurig genoeg te meten is. Daarom wordt voor het meten van zeer grote weerstanden een zogenaamde Megger gebruikt. Dit is een ohmmeter die speciaal is ontworpen voor het meten van weerstanden in het megaohmbereik. Hoewel megger in de volksmond een algemene term voor een megaohmmeter is geworden, is het in feite een gedeponeerd merk van de Megger Group Ltd., die al isolatiemeters fabriceert sinds 1889.

Een Megger of isolatieweerstandsmeter bevat een generator die een hoge meetspanning opwekt, meestal 500 volt of meer. Ter vergelijking: een universeelmeter die als ohmmeter wordt ingezet gebruikt in het algemeen zijn batterijspanning als meetspanning: meestal 3 of 9 volt, afhankelijk van de gebruikte batterij. Ook bevat een megger of isolatieweerstandsmeter een zeer gevoelige stroommeter (in het microampèrebereik). Door de hoge meetspanning en de gevoelige stroommeter is een Megger of isolatieweerstandsmeter veel beter in staat om zeer hoge weerstanden te meten dan een universeelmeter.

Aangezien de te leveren stroom zeer gering is, kan als energiebron in een Megger of isolatieweerstandsmeter toch volstaan worden met een batterij. Wel moet dan door een spanningsomvormer de lage batterijspanning worden omgezet in een hoge meetspanning, maar hiervoor zijn speciale schakelingen bekend en beschikbaar.

Meggers of isolatieweerstandsmeters worden in de praktijk meestal gebruikt voor het meten van isolatieweerstanden of lekweerstanden (in de installatietechniek). De metingen zijn vastgelegd in NEN 3140 en de NEN 1010, de weerstand moet dan >500 kOhm (oftewel 0,5 MOhm) zijn voor zo ver het gaat over installatie met een nominale spanning van 400/230 V.

Milliohmmeter

Bij het meten van zeer kleine weerstanden (kleiner dan enkele ohms) treden andere problemen op, waardoor de meetmethode gewijzigd moet worden. Ten eerste is daar het probleem van het beperkte vermogen van een batterij: als er over een te meten weerstand van – zeg – 1 ohm een meetspanning van 3 volt wordt aangelegd, zou er een stroom van 3 ampère gaan lopen. Dit is veel meer dan een normale batterij kan opbrengen. Daarom wordt bij het meten van zeer kleine weerstanden het meetprincipe omgedraaid: er wordt een bekende meetstroom door de te meten weerstand geforceerd, en de daardoor ontstane spanning wordt gemeten. Een meetstroom van enkele tientallen milliampères (door een batterij goed op te brengen) zal over de al eerder genoemde weerstand van 1 ohm resulteren in een spanning van enkele tientallen millivolt, wat voor een spanningsmeter goed meetbaar is.

Een tweede probleem is dat bij het meten van zeer kleine weerstanden de overgangsweerstand van de meetklemmen mee gaat spelen. Een meetklem die op een te meten weerstand wordt geplaatst, vormt voor de meetstroom geen weerstandsloze overgang. Afhankelijk van de gebruikte materialen en de mechanische kracht waarmee de klem op het meetstuk wordt geplaatst, kan ter plekke een weerstand van enkele tientallen tot enkele honderden milliohms optreden. Als de te meten weerstand in dezelfde orde van grootte ligt, is de meetfout in dit geval dus zeer aanzienlijk. Daarom wordt bij metingen in het milliohmgebied gebruikgemaakt van de zogenoemde vierpuntsmeting. Hierbij heeft de ohmmeter vier meetklemmen in plaats van twee. Van deze vier worden er twee gebruikt om de meetstroom te forceren, en de twee overige om de resultante spanning te meten (zie ook de afbeelding hieronder).

Links staat de “gewone” meting afgebeeld. De gestippelde lijn is de buitenkant van het meetapparaat (de ohmmeter). Op de plekken van de pijlpunten is een overgangsweerstand aanwezig (met uitzondering van de pijl bij de letter I die de meetstroom symboliseert, en het pijltje in het cirkeltje wat de spanningsmeter symboliseert). Aangezien de twee overgangsweerstanden van de meetklemmen op de te meten weerstand stroom voeren (de meetstroom I), zal daar ook een spanning ontstaan. De spanningsmeter meet dus de resultante spanning over de te meten weerstand plus de twee overgangsweerstanden. Merk op dat de overgangsweerstanden binnenin het apparaat (tussen de tak van de stroombron en de tak van de spanningsmeter) niet resulteren in een spanning, doordat door deze overgangsweerstanden geen of nauwelijks stroom loopt (althans in het geval van een goede, zeer hoogohmige spanningsmeter).

Rechts staat de vierpuntsmeting. In dit geval meet de spanningsmeter alleen de spanning over de te meten weerstand. De overgangsweerstanden tussen de stroomklemmen en de te meten weerstand bouwen wel een spanning op, maar deze wordt niet meegemeten. Ook hier geldt dat de overgangsweerstanden tussen de spanningsmetingsklemmen en de te meten weerstand geen spanning opbouwen, aangezien er geen of nauwelijks stroom doorheen loopt. Het maakt in dit geval overigens niet uit of de spanningsklemmen binnen of buiten de stroomklemmen worden aangesloten. Worden echter de spanningsklemmen op de stroomklemmen of nog dichter bij het meetapparaat geplaatst, dan worden de overgangsweerstanden weer wél meegemeten. (We hebben dan immers weer dezelfde situatie gecreëerd als bij een gewone meting.).

Een aantal veel verkochte isolatieweerstandsmeters zijn de:

Voor informatie kunt u uiteraard ook contact opnemen met 088-2450000 of via info@meetwinkel.nl.

Bron: Wikipedia

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen, Metenswaardigheden

Must have voor de keurmeester NEN 3140 en NEN 1010 !

Een must have voor de keurmeester elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140 keurmeester, de inspecteur elektrische installaties NEN 1010 of degene die met thermografische inspecties wil starten.

Het SDU boek Metingen en Thermografie! Uiteraard te verkrijgen via http://www.meetwinkel.nl

In dit praktijkboek wordt uitgelegd hoe en waarom metingen moeten plaatsvinden in of aan elektrische installaties. Er wordt ingegaan op verschillende soorten meetapparatuur, meetfouten en meetmethoden.

Bovendien wordt er bijzondere aandacht besteed aan de automatische uitschakeling van de voeding, een heel belangrijke bescherming tegenelektrische schok. Verder wordt het heel actuele onderwerp thermografieuitgebreid behandeld. Tot slot komen netvervuiling, de monitoring van dekwaliteit van de netspanning en de analyse van meetresultaten aan bod inverband met het net zo actuele thema power quality.

Dit boek is bedoeld voor elektrotechnisch installateurs, hoofden en medewerkers van technische diensten, docenten en studenten elektrotechniek en inspecteurs van elektrotechnische installaties.

Een greep uit de inhoud:

  • meten aan vaste installaties
  • meten aan verplaatsbare apparatuur
  • veiligheid meetapparatuur
  • meetfouten
  • meetmethoden
  • thermografie
  • power quality: monitoring en analyse
  • meten op basis van NEN 1010 en NEN 3140.

Verdere informatie over het boek is te vinden door HIER te klikken. Uiteraard kunt u ook contact met ons opnemen via info@meetwinkel.nl of 088-2450000.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Infrarood Camera's, Metenswaardigheden, Nieuwe producten

Inspectiefrequentie elektrische installaties volgens NEN 3140

INSPECTIEFREQUENTIE

Het is uiteraard bekend dat elektrische installaties periodiek moeten worden geïnspecteerd conform de norm NEN 3140. Dit wordt enerzijds geëist vanuit het arbeidsomstandighedenbesluit, anderzijds kan dit ook zijn opgenomen in verzekeringsvoorwaarden. Hoe vaak dit u nu te (laten) inspecteren?

De inspectiefrequentie komt eveneens aan het bod tijdens de Ingenium Bedrijfsadvies cursus Inspectie elektrische installaties volgens NEN 3140 en NEN 1010.

De frequentie waarmee de elektrische installatie geïnspecteerd kan worden komt hier aan de orde.

Bepalen frequentie
De frequentie wordt bepaald aan de hand van zes factoren die in onderstaande tabel worden behandeld. Hierna kan in de grafiek de frequentie worden afgelezen. Deze methodiek is een normatieve bijlage (bijlage I, Het bepalen van de tijd tussen twee opeenvolgende inspecties van elektrische installaties) van de NEN 3140:2011.

De tijd tussen twee opeenvolgende inspecties van elektrische installaties wordt bepaald door:
A) de leeftijd van de installatie;
B) de kwaliteit van de installatie;
C) de omgevingsomstandigheden;
D) de personen die de installatie gebruiken
E) de mate van toezicht door een installatieverantwoordelijke;
F) de richtlijnen van de fabrikanten van het elektrisch materieel.

Factoren
Factor A: de leeftijd van de installatie

De installatie is:
A1 jonger dan 10 jaar. Gewicht: 0
A2 ouder dan 10 jaar. Gewicht: 5
A3 ouder dan 20 jaar. Gewicht: 8
A4 ouder dan 30 jaar. Gewicht: 10
Factor B: de kwaliteit van de installatie
De kwaliteit van de installatie, gelet op de veiligheid:

B1 is aanzienlijk beter dan de minimale kwaliteit zoals die is vastgesteld in de jongste elektrotechnische normen. Gewicht: 0
B2 voldoet aan de jongste elektrotechnische normen. Gewicht: 2
B3 voldoet aan de normen die bij aanleg van toepassing waren en aanvullende veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht. Gewicht: 4
B4 voldoet aan de normen die bij aanleg van toepassing waren. Gewicht: 7
B5 levert het vermoeden of geeft feitelijk aan dat de installatie niet aan normen voldoet, er zijn echter geen gevaarlijke situaties aanwezig. Gewicht: 15


Factor C: de omgevingsomstandigheden

C1 De omgeving waarin de installatie wordt gebruikt:
a) is schoon en droog,
b) bevat geen explosieve of corrosieve gassen,
c) levert geen brandgevaar ten gevolge van stof op en
d) is vrij van transportmiddelen of zware materialen. Gewicht: 0
C2 De omgeving waarin de installatie wordt gebruikt:
a) is niet schoon en droog of
b) bevat explosieve of corrosieve gassen of
c) levert brandgevaar ten gevolge van stof op of
d) houdt het gebruik van transportmiddelen of zware materialen in. Gewicht: 10
C3 De omgeving waarin de installatie wordt gebruikt:
a) kenmerkt zich als een zware industriële omgeving waarin voortdurend gevaar aanwezig is waardoor de veiligheid wordt aangetast door: 1) vocht, 2) brandbaar materiaal, 3) stof of corrosieve of explosieve gassen of dampen of stof of b) kenmerkt zich als een omgeving waar wordt gewerkt met transportmiddelen of zware materialen waardoor de installatie kan worden beschadigd. Gewicht: 20

Factor D: de personen die de installatie gebruiken

De installatie wordt uitsluitend gebruikt door:
D1 a) elektrotechnisch opgeleid personeel met ten minste een elektrotechnische vakopleiding in de energietechniek of b) personen die op grond van hun opleiding en ervaring zelfstandig kunnen beoordelen of zij zelf, of anderen, veilig werken. Gewicht: 0
D2 niet specifiek elektrotechnisch opgeleid personeel waarbij in de opleiding aandacht is besteed aan de gevaren die verbonden zijn aan het werken met elektriciteit. Gewicht: 3
D3 leken. Gewicht: 8
D4 leerlingen, cursisten, studenten, practicanten. Gewicht: 10
Factor E: de mate van toezicht door een installatieverantwoordelijke
De mate van toezicht op de installatie:

E1 er wordt regelmatig toezicht uitgeoefend door een installatieverantwoordelijke. Gewicht: 0
E2 er wordt sporadisch toezicht uitgeoefend door een installatieverantwoordelijke. Gewicht: 10

De frequentie kan nu bepaald worden aan de hand van onderstaande grafiek.

Bepalen inspectiefrequentie elektrische installatie NEN 3140

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Inspectie elektrische installaties, NEN 3140, Training en opleiding